1. Te klein of te diep plantgat
Een boom heeft ruimte nodig om zijn wortels goed te spreiden. Een te smal of te diep plantgat belemmert dat. Zorg ervoor dat het gat minstens anderhalf keer zo breed is als de kluit, en niet dieper dan de wortelhals.
2. Wortelhals onder de grond
De wortelhals (het overgangspunt tussen stam en wortels) moet net boven de grond zichtbaar blijven. Staat de boom te diep, dan verstikt hij als het ware en is de kans groot dat hij ziek wordt.

3. Geen of te veel water geven
Een pas geplante boom heeft water nodig om te wortelen, zeker in droge periodes. Maar te veel water kan de wortels doen rotten. Geef regelmatig water, afgestemd op het weer en de bodem.
4. Vergeten boompalen te plaatsen
Zonder steun kan een jonge boom scheefwaaien of beschadigen. Twee stevige palen, aan de buitenkant van de kluit geplaatst en met een boomband bevestigd, geven de boom stabiliteit tijdens de eerste jaren.

5. Onjuiste grond of geen bemesting
Niet elke bodem is geschikt voor elke boom. Controleer de grondsoort en voeg zo nodig compost of aanplantgrond toe. Een goede startbemesting helpt de boom sneller aanslaan.
6. Onvoldoende nazorg
Na het planten stopt het werk niet. Regelmatig water geven, de boomband controleren, snoeien waar nodig: zo blijft de boom gezond en groeit hij uit tot een sterke blikvanger.
