- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- STYPHNOLOBIUM JAPONICUM PENDULA HOOGSTAM
- Loofbomen
Brede treurvorm op hoogstam
De treurhoningboom (Styphnolobium japonicum 'Pendula') vormt een brede kroon met bochtige gesteltakken en lange, afhangende twijgen. Bij deze hoogstam begint de kroon boven een kale stam van 2,20 m. De boom groeit uiteindelijk ongeveer 4 tot 6 m hoog, maar neemt door zijn koepelvormige kroon ook behoorlijk wat ruimte in de breedte in.
Het samengestelde blad bestaat uit meerdere kleine, donkergroene deelblaadjes. De jonge twijgen zijn opvallend groen. De boom is bladverliezend, waardoor de grillige takkenstructuur tijdens de winter goed zichtbaar blijft.
Oudere exemplaren kunnen in augustus en september roomwitte bloempluimen vormen. Bij deze treurcultivar is de bloei echter niet vanzelfsprekend: jonge bomen bloeien doorgaans nog niet en ook later kan het aantal bloemen beperkt blijven. De groeivorm is daarom de belangrijkste sierwaarde.
Standplaats en verzorging
Styphnolobium japonicum 'Pendula' groeit in zon tot halfschaduw. Een gewone, goed doorlatende tuingrond is geschikt. Eenmaal ingeworteld verdraagt de boom tijdelijke droge perioden, maar langdurig natte of slecht drainerende grond is minder geschikt.
Voorzie een open standplaats waar de afhangende kroon zich vrij kan ontwikkelen. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of hinderlijke takken. Het blad en de eventueel gevormde peulen zijn niet geschikt voor consumptie.
| Geschikt voor | Solitaire Boom of Plant, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Kan op droge grond |
| Bloeitijd | Juli, Augustus, September |
| Vorm | Treur (Hangend), Grillig groeiend |
| Eigenschap | Laat uitlopend, Opvallende schors, Bijenplant |
| Bloeikleur | Wit |
| Groeisnelheid | Middelmatig |
Een volwassen exemplaar wordt doorgaans ongeveer 4 tot 6 m hoog. De uiteindelijke omvang wordt niet alleen door de hoogte bepaald: de afhangende takken groeien ook sterk zijwaarts en vormen geleidelijk een brede, koepelvormige kroon. Bij deze hoogstam bevindt de kroon zich boven een kale stam van 2,20 m. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot gevels, paden en andere bomen, zodat de natuurlijke treurvorm behouden kan blijven.
Nee, een jaarlijkse rijke bloei mag bij deze cultivar niet worden verwacht. De eerste roomwitte bloempluimen verschijnen doorgaans pas bij oudere bomen en ook dan kan de bloei beperkt blijven. Wanneer de boom bloeit, gebeurt dit meestal in augustus en september. De cultivar wordt daarom in de eerste plaats gekozen om zijn brede treurvorm, groene twijgen en grillige winterstructuur, niet om een gegarandeerde bloemenweelde.
Voorzie een open plantplaats waar de kroon zich zowel zijwaarts als naar beneden kan ontwikkelen. De lange twijgen kunnen uiteindelijk tot dicht bij de grond afhangen en samen een brede koepel vormen. Een smalle voortuin of plantplaats vlak naast een gevel is daardoor minder geschikt. Op een gazon, in een ruime border of aan de rand van een grotere tuin komt de karakteristieke kroonvorm beter tot ontwikkeling.
Regelmatige vormsnoei is doorgaans niet nodig, omdat de cultivar van nature hangende takken vormt. Verwijder alleen beschadigde, kruisende of ongewenst laag groeiende takken. Sterk inkorten kan de natuurlijke kroonstructuur verstoren en een dichte hergroei veroorzaken. Controleer bij jonge bomen wel of de afhangende twijgen voldoende vrije ruimte behouden boven paden en beplanting. Grote snoeiwonden worden het best vermeden.
Nee. Het blad en de eventueel gevormde peulen zijn niet geschikt voor consumptie. Plant de boom daarom met enige aandacht wanneer jonge kinderen of plantenetende huisdieren gemakkelijk bij afgevallen plantendelen kunnen komen. Vruchtvorming komt bij deze cultivar niet altijd voor, omdat bloei vooral bij oudere exemplaren optreedt en beperkt kan blijven. Afgevallen bladeren en peulen kunnen wel normaal als tuinafval worden afgevoerd.