- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Bolvorm
- SALIX INTEGRA 'HAKURO-NISHIKI' HOOGSTAM
- Bolvorm
De Japanse bonte wilg (Salix integra 'Hakuro-nishiki') onderscheidt zich door zijn roze voorjaarsuitloop. Naarmate het blad ouder wordt, verandert de kleur naar een onregelmatige mengeling van roomwit en groen. De roze tint zit in het jonge blad en is geen bloei.
Bij deze hoogstamvorm is de kroon geënt op een kale stam van 2,20 meter. De stam wordt nauwelijks hoger; vooral de kroon groeit verder. Door de takken jaarlijks terug te snoeien, ontstaat een dichte, afgeronde kroon en maakt de plant nieuwe scheuten met de kenmerkende bladkleuren.
Plant deze wilg in de zon of halfschaduw, bij voorkeur in grond die voldoende vocht vasthoudt. Langdurige droogte kan bruine bladranden veroorzaken, vooral kort na de aanplant en bij exemplaren in pot. Een pas geplante hoogstam wordt best stevig aangebonden tot hij goed is ingeworteld.
Snoei de kroon aan het einde van de winter terug tot een kort, gelijkmatig takkenstelsel. Verwijder daarnaast scheuten die op de stam of onder de entplaats ontstaan. Volledig groene takken in de kroon worden best aan hun basis weggeknipt, omdat ze sterker kunnen groeien dan de bonte scheuten.
| Standplaats | Halfschaduw, Kan tegen tijdelijke hoge waterstand |
| Geschikt voor | Daktuin |
| Groeisnelheid | Snel |
| Vorm | Bolvorm |
| Geschikt als | Massief |
De roze kleur hoort bij de jonge uitloop en wordt vanzelf minder opvallend wanneer het blad ouder wordt. Daarna overheersen roomwit en groen. Jaarlijks terugsnoeien stimuleert de vorming van nieuwe scheuten en daarmee ook de roze voorjaarskleur. Op een erg donkere standplaats kan het kleurcontrast zwakker zijn. Volledig groene takken die duidelijk afwijken van de rest van de kroon, worden best bij hun oorsprong verwijderd. Zulke scheuten kunnen krachtiger groeien en op termijn een deel van de bonte kroon verdringen.
Snoei de kroon aan het einde van de winter, bij voorkeur nadat de strengste vorst voorbij is. Kort de jonge takken terug tot een gelijkmatig, kort takkenstelsel rond de entplaats. Dit houdt de kroon compact en bevordert de vorming van nieuwe, roze uitlopende scheuten. Knip niet in de stam of onder de entplaats. Scheuten die uit de stam of vanuit de onderstam groeien, moeten volledig aan hun basis worden verwijderd. Gebruik scherp gereedschap om rafelige snoeiwonden te vermijden.
Nee, de enthoogte blijft in grote lijnen gelijk. Bij deze hoogstam begint de kroon op ongeveer 2,20 meter. De stam wordt na de aanplant nog dikker, maar vormt boven de entplaats geen extra stuk kale stam. De uiteindelijke totale hoogte wordt daarom vooral bepaald door de ontwikkeling en de snoei van de kroon. Zonder regelmatige snoei wordt de kroon breder en losser. Jaarlijks terugknippen houdt de boom kleiner en zorgt voor een duidelijker afgeronde vorm.
Dat kan, maar een hoogstam vraagt een ruime, zware en stabiele pot. De potgrond mag tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdrogen, omdat deze wilg bij droogte snel bruine bladranden kan krijgen. Een exemplaar in pot heeft daardoor vaker water nodig dan een boom in volle grond. Ook moet overtollig water onderaan kunnen weglopen. Door de hoge stam en de kroon is de boom windgevoeliger, waardoor een stevige verankering noodzakelijk is. Voor langdurige groei biedt volle grond doorgaans stabielere omstandigheden.
De bonte kroon is geënt op een andere wilgenonderstam. Scheuten die op de kale stam of onder de entplaats verschijnen, zijn afkomstig van die onderstam en behoren niet tot 'Hakuro-nishiki'. Verwijder ze zo dicht mogelijk bij hun oorsprong zodra ze zichtbaar worden. Laat men deze scheuten doorgroeien, dan onttrekken ze energie aan de geënte kroon en kunnen ze de vorm van de hoogstam verstoren. Controleer de stam daarom enkele keren tijdens het groeiseizoen, vooral bij jonge of pas sterk teruggesnoeide bomen.