- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- GLEDITSIA TRIACANTHOS 'SUNBURST' HOOGSTAM
- Loofbomen
Geel uitlopend blad en een open kroon
Gleditsia triacanthos 'Sunburst' onderscheidt zich door het helder gele jonge blad. Tijdens de zomer verkleurt het fijn geveerde blad geleidelijk naar groengeel tot lichtgroen. De open kroon laat gefilterd licht door, waardoor de boom minder zware schaduw geeft dan soorten met een dicht bladerdek.
Deze doornloze cultivar groeit aanvankelijk vrij opgaand en vormt later een bredere, luchtige kroon. Als hoogstam begint de kroon boven een kale stam van 2,20 meter. De uiteindelijke hoogte bedraagt doorgaans 6 tot 10 meter; ook de kroonbreedte maakt voldoende ruimte rondom de boom noodzakelijk.
Standplaats en bodem
'Sunburst' ontwikkelt de kenmerkende bladkleur het best op een zonnige standplaats. Een normale, goed doorlatende bodem is geschikt. Eenmaal ingeworteld verdraagt de boom tijdelijke droogte, maar langdurig natte of slecht doorlatende grond verhoogt het risico op wortelproblemen.
De takken kunnen bij zware windbelasting beschadigd raken. Kies daarom bij voorkeur geen volledig open, sterk aan wind blootgestelde standplaats. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde, dode of kruisende takken en het begeleiden van een evenwichtige kroon.
| Geschikt voor | Solitaire Boom of Plant, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Halfschaduw, Kan op droge grond |
| Groeisnelheid | Snel, Middelmatig |
| Eigenschap | Opvallende herfstverkleuring, Sierlijke vruchten, Laat uitlopend, Verdraagt wind, Bijenplant, Geurend blad of naalden |
| Vorm | Grillig groeiend |
Nee. Ondanks de Nederlandse naam valse christusdoorn is 'Sunburst' een doornloze cultivar. Dat maakt hem praktischer langs een gazon, terras of tuinpad dan vormen met zware, vertakte doornen. Beschadigde of afwijkende scheuten vanuit de onderstam moeten wel worden verwijderd zodra ze verschijnen, omdat deze niet noodzakelijk dezelfde eigenschappen hebben als de cultivar.
Het jonge blad loopt helder geel uit en vormt vooral in het voorjaar een duidelijk kleuraccent. Tijdens de zomer verandert de kleur doorgaans naar groengeel of lichtgroen. De intensiteit hangt mede af van de hoeveelheid licht en de groeiomstandigheden. Op een zonnige standplaats blijft het gele karakter gewoonlijk duidelijker zichtbaar dan op een sterk beschaduwde plaats.
Alleen wanneer er voldoende ruimte voor de latere kroon beschikbaar is. De boom wordt doorgaans 6 tot 10 meter hoog en ontwikkelt op termijn een bredere kroon. Voor een kleine stadstuin kan dat te groot worden, ook al oogt de kroon door het fijne blad relatief luchtig. Houd niet alleen rekening met de stamplaats, maar ook met de toekomstige kroonbreedte en de afstand tot gebouwen.
Een goed ingewortelde boom verdraagt tijdelijke droge perioden redelijk, mits de bodem voldoende doorlatend is. Tijdens de eerste jaren na aanplant blijft regelmatig water geven belangrijk, vooral op zandgrond en tijdens langdurige zomerdroogte. Een permanent natte of sterk verdichte bodem is minder geschikt. Daar kan zuurstofgebrek rond de wortels ontstaan, wat de groei en stabiliteit van de boom verzwakt.
Een volledig open standplaats met zware windbelasting is niet de beste keuze voor deze cultivar. De takken kunnen bij hevige wind of storm beschadigd raken. Plant de boom daarom bij voorkeur op een zonnige plek die niet voortdurend aan sterke wind is blootgesteld. Een correcte kroonopbouw tijdens de jonge jaren helpt om slecht geplaatste of kruisende takken tijdig te verwijderen.